Uitspraak
200205665/1is vernietigd, maakt dat niet anders.
Raad van State
Het geschil betreft het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Ameland om een eerder verleende bouwvergunning voor een benzinestation in te trekken en een nieuwe vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen aan een andere partij. Appellant sub 1 vordert schadevergoeding wegens omzetverlies door het benzinestation.
De rechtbank had het bezwaar tegen de vrijstelling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Raad van State oordeelt dat de vrijstelling van het bestemmingsplan, gegeven de formele vereisten en het nieuwe bestemmingsplan, terecht is gehandhaafd. Concurrentieverhoudingen vormen geen reden voor weigering van vrijstelling zonder duurzame ontwrichting.
Ten aanzien van de schadevergoeding stelt de Raad dat het college aansprakelijk is voor schade die voortvloeit uit het onrechtmatige besluit van 1992, tenzij een rechtmatig besluit met dezelfde schade mogelijk was geweest. Schade geleden na het rechtmatige besluit van 1997 is niet toerekenbaar aan het college. De Raad bevestigt de vernietiging van het eerdere besluit en wijst het college op de verplichting om opnieuw over de schadevergoeding te beslissen.
De Raad veroordeelt het college tot betaling van proceskosten aan appellant sub 1. De uitspraak bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank, met verbeterde motivering en instructies voor het college.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, met een veroordeling van het college tot betaling van proceskosten.