ECLI:NL:RVS:2010:BN2233
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering opheffing ongewenstverklaring vreemdeling na onderzoek toegang andere landen
De staatssecretaris van Justitie wees het verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring af, wat door de vreemdeling werd aangevochten bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de inspanningsverplichting van de vreemdeling om toegangsmogelijkheden tot andere landen dan het land van herkomst te onderzoeken, niet beperkt is tot landen waaruit hij volgens de Dublinverordening is teruggezonden. De staatssecretaris had dit ten onrechte betoogd. Echter, de Raad vond dat de staatssecretaris niet had gesteld dat de vreemdeling zich onvoldoende had ingespannen om te vertrekken.
Daarom waren de hoger beroepen ongegrond en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de motivering. De minister van Justitie werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de opheffing van de ongewenstverklaring en veroordeelt de minister tot proceskostenvergoeding.