Uitspraak
200106139/1), kan belang bij het rechtsmiddel onder meer worden aangenomen, indien wordt gesteld dat schade is geleden ten gevolge van bestuurlijke besluitvorming en dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Veere weigerde aanvankelijk een bouwvergunning tweede fase voor het herbouwen van een schuur te verlenen. Na bezwaar verleende het college alsnog de vergunning met een voorschrift over het gebruik van houten spanten, dat later werd gewijzigd in stalen spanten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten niet-ontvankelijk.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat het college niet volledig aan haar bezwaren tegemoet was gekomen, met name dat het college niet had beslist op haar verzoek om vergoeding van de kosten die in bezwaar waren gemaakt. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het belang van appellante bij het beroep ontkende en dat het college onrechtmatig had gehandeld door niet te beslissen op het verzoek om kostenvergoeding.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college voor zover het niet op het verzoek om kostenvergoeding had beslist. Het beroep tegen het latere afwijzingsbesluit van het college over de kostenvergoeding werd ongegrond verklaard. De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een volledige beslissing door bestuursorganen op ingediende verzoeken en de voorwaarden waaronder kostenvergoeding kan worden toegekend, met name dat alleen kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in aanmerking komen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd voor zover niet op het verzoek om kostenvergoeding is beslist, en het beroep tegen het afwijzingsbesluit ongegrond verklaard.