Uitspraak
200903394/1/V6, heeft de Afdeling geoordeeld dat [distributiebedrijf] niet kan worden gevolgd in haar stelling dat zij zich slechts bezighoudt met het transport van de dagbladen van de drukkerij naar een aantal overslagpunten in het land en dat [distributiebedrijf] moet worden aangemerkt als werkgever in de zin van de Wav ten aanzien van een bezorger die ten dienste van haar dagbladen bezorgd. Uit die uitspraak volgt dat [appellante sub 1] ook in de thans aan de orde zijnde gevallen als werkgever in vorenbedoelde zin moet worden aangemerkt.
200800658/1), dienen juist omdat een boete als hier bedoeld een punitieve sanctie betreft, aan de bewijsvoering van de overtreding en aan de motivering van het sanctiebesluit strenge eisen te worden gesteld.
200607461/1, 12 maart 2008 in zaak nr.
200704906/1, 3 juni 2009 in zaak nr.
200803230/1/V6, 17 juni 2009 in zaak nr.
200806748/1/V6, 16 september 2009 in zaak nr.
200900632/1/V6) vloeit het volgende voort.
200701639/1) is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of aan de voorschriften van de Wav wordt voldaan. Door [appellante sub 1] zijn geen maatregelen getroffen om de overtredingen te voorkomen, noch heeft zij contractueel bedongen dat de bezorging van de dagbladen dient te geschieden in overeenstemming met de Wav. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, zijn de mondelinge instructies hiertoe onvoldoende, nu het volgens de verklaring van [directeur] mogelijk was dat de lokale distributeurs deze instructies niet hebben ontvangen. Bovendien blijkt uit de verklaring van [directeur] dat de lokale distributeurs niet handelden conform de instructies, aangezien nieuwe bezorgers niet direct werden gecontroleerd en evenmin werd gecontroleerd indien een bezorger zich door een ander liet vervangen. Gelet hierop bestaat geen grond voor het oordeel dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid aan de zijde van [appellante sub 1]. Dat niet valt uit te sluiten dat de lokale distributeurs voorafgaand aan de werkzaamheden de identiteitsbewijzen van 17 vreemdelingen hebben gecontroleerd, leidt niet tot een ander oordeel. Deze omstandigheid, wat hier verder ook van zij, laat immers onverlet dat [appellante sub 1] de lokale distributeurs hiertoe niet heeft verplicht en zij ook anderszins op geen enkele wijze heeft voldaan aan haar eigen verantwoordelijkheid om na te gaan of bij de bezorging van de dagbladen de Wav wordt nageleefd.
200900175/1/V6) wordt in de regel eerst met de in artikel 19 van Pro de Wav bedoelde kennisgeving van de boete jegens de beboete een handeling verricht waaraan deze de verwachting kan ontlenen dat hem een boete zal worden opgelegd. In de grote meerderheid van de gevallen zal derhalve de dag waarop deze kennisgeving wordt gedaan, gelden als het tijdstip waarop de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM een aanvang neemt. Zoals ook tot uitdrukking is gebracht in de geschiedenis van de totstandkoming van de Wav (Kamerstukken II 2003/04, 23 523, nr. 3, blz. 14) valt evenwel niet uit te sluiten dat in een concreet geval sprake is van specifieke omstandigheden waarbij, in afwijking van voormeld uitgangspunt, reeds voordat de boetekennisgeving wordt gedaan, jegens de beboete een concrete handeling wordt verricht waaraan hij in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat hem een boete zal worden opgelegd.
200905616/1/V6, ligt bij een zodanige overschrijding een vermindering van de onderscheiden, opgelegde boetes met 10%, met een maximum van € 2.500,00, in de rede. Naast deze vermindering is voor schadevergoeding op de voet van artikel 8:73 van Pro de Awb wegens overschrijding van de redelijke termijn geen plaats.