Uitspraak
200602308/1).
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn verleende op 3 juni 2009 een milieuvergunning aan Evelop voor het oprichten en in werking hebben van een windpark met vijf windturbines nabij bedrijventerrein Ecofactorij-Apeldoorn. Diverse appellanten stelden beroep in tegen dit besluit.
De Raad van State oordeelde dat een aantal appellanten niet-ontvankelijk waren omdat zij geen zienswijzen hadden ingediend of onvoldoende belanghebbende waren. Voor de overige appellanten werd het beroep ontvankelijk verklaard. De kern van het geschil betrof de vraag of een milieueffectrapportage (MER) verplicht was. Het college had geoordeeld dat het windpark met een totaal vermogen van 14 megawatt onder de drempelwaarde van 15 megawatt bleef en daarom geen MER behoefde.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat het college onvoldoende rekening had gehouden met andere relevante factoren uit bijlage III van de Europese richtlijn, zoals de nabijheid van Natura 2000-gebieden en de Ecologische Hoofdstructuur. Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd. De vergunning werd daarom vernietigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de milieuvergunning voor het windpark wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de milieueffectrapportage.