Uitspraak
201001621/1/M1, overwogen dat deze windnormcurve mag worden gehanteerd in het kader van een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer. Dat de milieuvergunning van 3 juni 2009 door de Afdeling bij uitspraak van 4 augustus 2010 in zaak nr.
200904695/1/M1is vernietigd, is voorts een omstandigheid van na het besluit van 17 februari 2010 die niet kan leiden tot het oordeel dat dit besluit niet rechtmatig is, nog daargelaten dat de Afdeling zich in die uitspraak niet heeft uitgelaten over de geluidsvoorschriften van de milieuvergunning.
200604201/1), komt de vraag of voor de uitvoering van een project een ontheffing of vrijstelling nodig is op grond van de Flora- en faunawet, en zo ja, of deze ontheffing of vrijstelling kan worden verleend, aan de orde in een eventueel te voeren procedure op grond van de Flora- en faunawet. Dit doet er niet aan af dat het college geen vrijstelling voor een project kan verlenen voor zover het op voorhand in redelijkheid ervan moet uitgaan, dat de Flora- en faunawet aan de uitvoerbaarheid ervan in de weg staat.
200802863/1en 13 mei 2009 in zaak nr.
200802624/1volgt, anders dan zij stellen, niet dat bij deze rapporten een verkeerde beoordelingsmaatstaf is aangelegd. Deze uitspraken zien niet op de thans in geding zijnde vraag of de Flora- en faunawet al dan niet aan het verlenen van vrijstelling in de weg staat, maar hebben betrekking op besluiten tot het verlenen van ontheffing van de Flora- en faunawet.
200905298/1, overwogen dat een vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO niet is vermeld als besluit dat noopt tot het instellen van een milieueffectrapportage.
200804977/1), mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet, of niet zonder meer, aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie, dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Ook kan laatstgenoemde omstandigheid aanleiding geven tot het oordeel, dat het besluit van het college in strijd is met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woningwet of niet berust op een deugdelijke motivering. Dit neemt niet weg dat een welstandsnota criteria kan bevatten die zich naar hun aard beter lenen voor beoordeling door een deskundige dan voor beoordeling door een aanvrager of derde-belanghebbende.