Uitspraak
200502100/1) buiten beschouwing te blijven.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Wieringermeer had op 23 juni 2008 een gedoogbesluit genomen voor het gebruik van een woonhuis en schuur op een perceel bestemd voor bedrijfsdoeleinden, voor de huisvesting van 40 tijdelijke werknemers tot uiterlijk 23 augustus 2015. Dit gebruik was strijdig met het bestemmingsplan en de panden waren zonder vereiste bouwvergunning verbouwd tot logiesgebouw.
De rechtbank Alkmaar vernietigde dit gedoogbesluit op 5 november 2009 omdat het college de belangen niet juist had afgewogen en geen rechtens te honoreren verwachtingen bestonden. Zowel appellant sub 1 als appellante sub 2 stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van appellant sub 1 niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het hoger beroep van appellante sub 2 ongegrond verklaard.
Appellante sub 2 voerde aan dat zij erop vertrouwde dat het besluit onaantastbaar was en dat er concreet zicht was op legalisatie, maar deze stellingen faalden omdat het besluit op een onjuiste feitelijke grondslag berustte en het vertrouwen op het gedoogbesluit beperkt is. Tevens was er geen ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd dat legalisatie zou kunnen bevestigen.
Het college had op 29 maart 2010 een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik voor huisvesting van seizoenarbeiders binnen zes maanden te beëindigen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellante sub 2.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 is niet-ontvankelijk, dat van appellante sub 2 ongegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.