Uitspraak
200909242/1/H1) is voor het aannemen van concreet zicht op legalisering ten minste vereist dat een ontwerp van het bestemmingsplan, dat de overtredingen legaliseert, ter inzage is gelegd. Die situatie doet zich hier niet voor. Daarbij wordt opgemerkt dat, anders dan [appellant] stelt, ten tijde van het nemen van het besluit van 14 oktober 2008 geen onderzoek was gestart naar de herziening van het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
200800761/1en 26 november 2008 in zaak nr.
200801122/1), nodig dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Weliswaar was [appellant] reeds vóór het nemen van het besluit van 14 oktober 2008 met ambtenaren van de gemeente in overleg om tot een oplossing te komen en heeft hij een plan van aanpak overgelegd, maar dit heeft niet geresulteerd in een toezegging van het college waaraan [appellant] het vertrouwen kon ontlenen dat alsnog van handhavend optreden zou worden afgezien. De ambtenaren met wie [appellant] in overleg was, waren niet bevoegd een dergelijk besluit te nemen, zodat hij aan de met hen gemaakte afspraken, wat daar van zij, niet het gerechtvaardigde vertrouwen kon ontlenen dat tegen de in het besluit van 12 december 2006 neergelegde overtredingen niet meer handhavend zou worden opgetreden. Voorts blijkt uit de ambtelijke reacties op het plan van aanpak dat deze reacties los staan van de lopende procedure inzake de last onder dwangsom en dat, indien op ambtelijk niveau overeenstemming zou worden bereikt, slechts na instemming van het college een volledige heroverweging van de last onder dwangsom aan de orde zou zijn. Anders dan [appellant] stelt, was vóór het nemen van het besluit 14 oktober 2008 tussen [appellant] en de ambtenaren van de gemeente geen overeenstemming bereikt, nu de in de ambtelijke reacties vermelde termijnen om de overtredingen ongedaan te maken dan wel onder voorwaarden toe te staan, niet zijn nageleefd. Van een overeengekomen termijn van drie jaar is, anders dan [appellant] betoogt, niet gebleken.