Uitspraak
200808146/2heeft de voorzitter van de Afdeling een verzoek van [appellanten sub 1] tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende hun beroep tegen het besluit van 16 september 2008 van gedeputeerde staten afgewezen.
200808146/1/R2heeft de Afdeling het besluit van 16 september 2008 van gedeputeerde staten vernietigd.
200706623/1) is in artikel 7:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen algemene verplichting opgenomen tot het opnieuw horen bij het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar ter voldoening aan een uitspraak van de Afdeling, waarbij de eerdere beslissing op bezwaar is vernietigd, maar neemt dit niet weg dat het onder omstandigheden uit een oogpunt van zorgvuldigheid noodzakelijk kan zijn om een belanghebbende vóór het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar opnieuw te horen.
200808146/1/R2is vernietigd, staat vast dat het college bij besluit van 10 februari 2009 ten onrechte aan het bestemmingsplan heeft getoetst, aldus [appellanten sub 1].
200808146/2het verzoek van [appellanten sub 1] om voorlopige voorziening met betrekking tot de goedkeuring van het bestemmingsplan heeft afgewezen, is het bestemmingsplan op die datum in werking getreden, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen. Omdat het verzoek op 29 januari 2009 is afgewezen, deed zich ten tijde van het besluit op bezwaar van 10 februari 2009 derhalve niet de in de uitspraak van 21 december 1999 geschetste situatie voor dat het college aan het oude bestemmingsplan diende te toetsen. Voorts mist het betoog van [appellanten sub 1] dat zij niet de mogelijkheid hebben gehad om het bestemmingsplan te laten schorsen, feitelijke grondslag, nu de Voorzitter van de Afdeling twee maal een verzoek van [appellanten sub 1] om schorsing van het bestemmingsplan heeft behandeld. Dat die verzoeken zijn afgewezen, neemt niet weg dat zij van bedoelde mogelijkheid gebruik hebben gemaakt. De rechtbank heeft dan ook terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het college bij het besluit van 10 februari 2009 ten onrechte aan het bestemmingsplan heeft getoetst.
200703153/1heeft de Afdeling de hoger beroepen van [appellanten sub 1] en [wederpartij sub 3] en anderen tegen een besluit van 30 maart 2006 op hun bezwaren tegen het besluit van 2 augustus 2005 gegrond verklaard en dat besluit op bezwaar vernietigd. In die hoger beroepen was geen grond gericht tegen het standpunt van het college dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand, terwijl er geen reden is waarom een dergelijke grond niet in dat bezwaar, beroep en hoger beroep had kunnen worden aangevoerd. Nu het besluit van 10 februari 2009 is genomen ter vervanging van het besluit van 10 juni 2008, dat op zijn beurt is genomen om gevolg te geven aan genoemde uitspraak van de Afdeling, kan deze grond niet alsnog in beroep tegen het besluit van 10 februari 2009 worden aangevoerd. De rechtbank is dan ook ten onrechte op het betoog ingegaan. Aan het betoog van [appellanten sub 1] wordt om die reden niet toegekomen.