ECLI:NL:RVS:2012:BV7843
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. De minister wees deze aanvraag af omdat niet was aangetoond dat met de zelfstandige arbeid een wezenlijk Nederlands belang werd gediend. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen, waarbij de vreemdeling de gelegenheid had moeten krijgen om stukken toe te lichten.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat er geen algemene verplichting bestaat om belanghebbenden opnieuw te horen bij een nieuwe beslissing op bezwaar, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, wat hier niet het geval was. Tevens werd bevestigd dat het vereiste van een wezenlijk Nederlands belang ongewijzigd is gebleven ondanks eerdere uitspraken over het puntensysteem.
Het advies van het Agentschap NL concludeerde dat de onderneming van de vreemdeling niet levensvatbaar was, mede vanwege een summier ondernemingsplan en onrealistische omzetprognoses. De Afdeling oordeelde dat het standpunt van de minister, gebaseerd op dit advies, een redelijke uitleg is van het toepasselijke wettelijke kader. Ook werd geoordeeld dat het niet beschikken over een machtiging tot voorlopig verblijf niet in strijd is met het Aanvullend Protocol en de Associatieovereenkomst.
Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.