ECLI:NL:RVS:2010:BN8249
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op opvang voor ongewenst verklaarde vreemdeling in asielprocedure
De zaak betreft een hoger beroep van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het COa verplichtte opvang te verlenen aan een vreemdeling die ongewenst was verklaard en wiens aanvraag om verstrekkingen was afgewezen.
De Raad van State oordeelt dat de nationale wetgever de term 'mogen verblijven' in artikel 3, eerste lid, van de Opvangrichtlijn terecht heeft uitgelegd als het hebben van rechtmatig verblijf conform artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor kan een ongewenst verklaarde vreemdeling, die geen rechtmatig verblijf heeft, geen aanspraak maken op opvang.
Verder bevestigt de Raad dat de regeling omtrent voorlopige voorzieningen in de Algemene wet bestuursrecht voldoet aan artikel 39, derde lid, van de Procedurerichtlijn, en dat de vreemdeling geen rechtstreeks beroep kan doen op de Opvangrichtlijn om opvang te verkrijgen.
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat de vreemdeling onder de werkingssfeer van de Opvangrichtlijn valt en recht heeft op opvang. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van het COa tot afwijzing van verstrekkingen blijft in stand.