ECLI:NL:RVS:2010:BO0271
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Belastingdienst tot vergoeding proceskosten na intrekking beroep huurtoeslag
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de huurtoeslag 2006 voor appellante door de Belastingdienst. Na een eerste besluit en bezwaar volgde een herzien besluit waarbij de huurtoeslag werd verhoogd. Appellante stelde beroep in maar trok dit later in, met het verzoek de Belastingdienst in de proceskosten te veroordelen.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had onderzocht of proceskostenvergoeding mogelijk was, maar dat zij ten onrechte had geoordeeld dat geen proceshandelingen door een professionele rechtsbijstandverlener waren verricht.
De Raad van State stelde dat de nadere motivering van het beroepschrift door een rechtsbijstandverlener gelijkgesteld moet worden aan een beroepschrift en dat daarvoor proceskosten toegekend kunnen worden. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt de toepassing van artikel 8:75 en Pro 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht bij intrekking van beroep en de vergoeding van kosten van professionele rechtsbijstand.
Uitkomst: De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante na intrekking van het beroep.