ECLI:NL:RVS:2024:4362
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. Daalder
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over taggen van apparatuur bij Vopak wegens onvoldoende motivering
De minister stelde bij besluit van 6 februari 2017 aan Vopak eisen over het taggen van instrumenten, appendages en handafsluiters op haar tankterminal in de Eemshaven, met als doel het voorkomen van zware ongevallen onder het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo). Vopak voerde bezwaar aan tegen deze eis, waarop de minister in 2020 opnieuw besloot het bezwaar ongegrond te verklaren. Vopak stelde beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom naast veiligheidskritische ook niet-veiligheidskritische onderdelen getagd moesten worden. Tevens was de hoorplicht niet correct nageleefd, omdat Vopak niet opnieuw was gehoord over gewijzigde procedures die relevant waren voor de beoordeling. De minister erkende dit gebrek, maar de Afdeling paste artikel 6:22 Awb Pro toe en achtte dat Vopak niet benadeeld was.
Verder concludeerde de Afdeling dat de minister onjuiste feitelijke uitgangspunten had gehanteerd, zoals het niet meenemen van de aangepaste LOTO-procedure van Vopak. De minister had onvoldoende onderbouwd waarom de door Vopak getroffen maatregelen niet toereikend waren om ernstige gevaren te voorkomen. De Afdeling vernietigde het besluit van 26 oktober 2020 en beval de minister binnen vier maanden een nieuw besluit te nemen, waarbij Vopak voorafgaand gehoord moet worden. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 26 oktober 2020 wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.