Uitspraak
200406854/1overwogen dat de burgemeester bij de kwalificatie van een incident als ernstig beoordelingsruimte toekomt. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat uit de door de Regiopolitie Brabant Zuid-Oost op ambtseed opgemaakte processen-verbaal blijkt dat een bezoeker is mishandeld door [mede-eigenaar] en zijn medewerker. Dit volgt niet alleen uit de getuigenverklaringen van vrienden van de mishandelde bezoeker, maar tevens uit een getuigenverklaring van een destijds aanwezige die geen banden heeft met het slachtoffer. Niet is gebleken dat deze getuigenverklaringen leugenachtig of anderszins onjuist zijn. Dat in de door de vennootschap overgelegde verklaring van [persoon] wordt opgemerkt dat [mede-eigenaar] uit zelfbescherming de bezoeker een klap heeft gegeven gevolgd door een 'knietje' maakt niet dat [mede-eigenaar], gelet op de feiten in onderlinge samenhang bezien, geen ernstig geweld heeft toegepast. Van [mede-eigenaar] als leidinggevende mag worden verwacht dat hij hulp of bijstand biedt en de politie op de hoogte stelt nadat iemand slachtoffer is geworden van een geweldsincident. Zowel [mede-eigenaar] als zijn medewerker hebben verklaard geweld te hebben gebruikt jegens de bezoeker. De behandelend arts van de bezoeker heeft verklaard dat hij is geopereerd aan een indeukingsfractuur boven het rechteroog en dat het mogelijk is dat hij blijvend letsel overhoudt aan het incident. Het betoog van de vennootschap dat het hof [mede-eigenaar] heeft vrijgesproken van zware mishandeling maakt het bovenstaande niet anders. Het arrest van het hof dateert van 10 maart 2010. Reeds daarom kon de burgemeester dit niet bij de besluitvorming betrekken. Voorts heeft de Afdeling eerder overwogen (uitspraak van 28 december 2005 in zaak nr.
200505353/1), dat aan een strafrechtelijk vonnis niet zonder meer doorslaggevende betekenis toekomt in een bestuurlijke procedure. De in het kader van de strafrechtelijke procedure opgemaakte processen-verbaal kunnen in de bestuurlijke procedure een rol spelen, ook al zou [mede-eigenaar] ten tijde van het besluit van 11 november 2008 (deels) zijn vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten. De burgemeester is bevoegd zich over de verklaringen in deze processen-verbaal en de feiten en omstandigheden die daaruit naar voren komen, een zelfstandig oordeel te vormen. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht overwogen dat de burgemeester, gelet op het samenstel van omstandigheden, het incident als ernstig heeft mogen aanmerken.
200410130/1) komt, bij de beoordeling of zich situaties voordoen die tot tijdelijke sluiting van een horeca-inrichting nopen, geen betekenis toe aan de mate waarin het ontstaan van die situaties de exploitant kan worden verweten. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de omstandigheid dat de vennootschap al het mogelijke heeft gedaan om incidenten te voorkomen niet als bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 4:84 van Pro de Awb kan worden aangemerkt.