Uitspraak
200910210/1/R1volgt dat het college gebruik kan maken van de bevoegdheid tot het geven van een reactieve aanwijzing in gevallen waarin het stellen van algemene regels wordt overwogen of voorbereid.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant gaf op 6 april 2010 een reactieve aanwijzing aan de gemeenteraad van Roosendaal om artikel 3.3 van de planregels, betreffende huisvesting van tijdelijke werknemers langer dan zes maanden, uit het bestemmingsplan te verwijderen. Dit omdat het artikel in strijd zou zijn met provinciaal beleid gericht op het voorkomen van verstening en verstedelijking van het buitengebied.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep van de Afdeling Roosendaal van de ZLTO en de raad van Roosendaal tegen deze aanwijzing. De appellanten betoogden dat geen provinciaal belang aan de orde was en dat de aanwijzing geen rechtsgrond had, mede omdat de relevante verordening nog niet was vastgesteld.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was tot het geven van de reactieve aanwijzing omdat het provinciale belang bij behoud en versterking van het contrast tussen stedelijk en landelijk gebied en het tegengaan van verstening en verstedelijking zich leent voor behartiging op provinciaal niveau. Ook was de aanwijzing gerechtvaardigd omdat artikel 3.3 geen beperkingen bevat die voorkomen dat zelfstandige wooneenheden in agrarische bedrijfsgebouwen ontstaan, wat in strijd is met het provinciale beleid.
Hoewel het college ten onrechte aannam dat de verordening een beperking stelt aan de verblijfsduur per werknemer, was dit geen reden om het besluit te vernietigen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de reactieve aanwijzing van het college GS Noord-Brabant worden ongegrond verklaard.