ECLI:NL:RVS:2011:BQ3793
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen nieuwe feiten voor hernieuwde toetsing asielbesluit Afghanistan
De vreemdeling had een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die op 17 februari 2010 werd afgewezen. Na een nieuw besluit van 23 december 2010, eveneens afwijzend, stelde de vreemdeling dat de veiligheidssituatie in de provincie Khost aanzienlijk was verslechterd, wat internationale bescherming zou rechtvaardigen.
De Raad van State overwoog dat voor hernieuwde rechterlijke toetsing van een besluit nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden noodzakelijk zijn. Uit het aangevoerde en overgelegde blijkt echter geen zodanige wijziging die het eerdere besluit kan afdoen. Hoewel rapporten van de UNHCR en het ambtsbericht van juli 2010 een verslechtering van de veiligheidssituatie in Afghanistan melden, is dit niet voldoende om de uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15 van Pro Richtlijn 2004/83/EG aan te nemen.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft eveneens geoordeeld dat de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan niet leidt tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. De voorzieningenrechter had dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep van de minister gegrond wordt verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het eerdere besluit blijft in stand.