Uitspraak
200800596/1), kan slechts in uitzonderlijke gevallen reden bestaan om van dit uitgangspunt af te wijken, namelijk indien door toedoen van het bestuursorgaan niet aan betrokkene kan worden toegerekend dat hij de procedure bij de bestuursrechter ongebruikt heeft gelaten of niet heeft voltooid of indien het bestuursorgaan de onrechtmatigheid van het besluit uitdrukkelijk en tijdig heeft erkend. Van een dergelijke erkenning door het bestuursorgaan is in deze zaak geen sprake. Evenmin is gebleken dat door toedoen van het CBR aan [appellant] niet kan worden toegerekend dat hij geen rechtsmiddelen heeft ingesteld. Het betoog van [appellant] dat het instellen van rechtsmiddelen zinloos zou zijn geweest, biedt geen grond voor het aannemen van een uitzonderlijk geval, omdat dit betoog louter op een veronderstelling berust. Er valt niet in te zien waarom [appellant] zijn stelling dat hij niet de persoon is die op 2 juli 2007 was aangehouden, niet in het kader van die procedures had kunnen laten beoordelen. Het ontbreken van een uitspraak van een politierechter stond daar niet aan in de weg.