ECLI:NL:RBROT:2018:6343
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging maatschappelijke opvang bed-bad-brood-regeling wegens niet meewerken
Verzoeker maakt bezwaar tegen het besluit van de gemeente Rotterdam om zijn maatschappelijke opvang op grond van de bed-bad-brood-regeling (BBB) te beëindigen omdat hij niet meewerkt aan het begeleidingstraject gericht op perspectief en uitstroom.
De rechtbank overweegt dat het beleid van de gemeente Rotterdam als buitenwettelijk begunstigend beleid moet worden gezien, waarbij toetsing terughoudend is en gericht op zorgvuldige en consistente toepassing. Verzoeker kan geen wettelijke verplichting tot opvang afdwingen en het beroep op het IVESCR faalt wegens gebrek aan rechtstreekse werking.
Ook het lopende artikel 64 Vreemdelingenwet Pro-procedure geeft geen nieuw recht op opvang. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit naar verwachting stand zal houden en dat er geen reden is voor een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging van de maatschappelijke opvang wordt afgewezen.