Uitspraak
200701409/1), kan een gebruik ook geacht worden rechtstreeks uit een bouwvergunning voort te vloeien, wanneer het college had behoren te weten dat dit gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. Deze situatie doet zich hier voor.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard wees het verzoek van appellante om handhavend op te treden tegen het gebruik van een perceel ten behoeve van detailhandel in keukens af, omdat dit gebruik volgens het bestemmingsplan niet was toegestaan. Appellante stelde dat het college ten onrechte een impliciete vrijstelling verleende via een bouwvergunning uit 2001.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat uit de bouwvergunning en de bijbehorende aanvraag duidelijk bleek dat het pand gebruikt zou worden voor detailhandel in keukens, en dat het college daardoor niet bevoegd was handhavend op te treden. De Raad van State bevestigde dit oordeel en overwoog dat het college zich bewust had moeten zijn van het strijdige gebruik en dat de vrijstelling rechtstreeks uit de bouwvergunning voortvloeide.
Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.