ECLI:NL:RVS:2011:BU1275
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking en weigering verblijfsvergunning wegens onredelijke geloofwaardigheidstoets asielrelaas
De zaak betreft hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank die de beroepen van vreemdelingen tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie tot intrekking en weigering van verblijfsvergunning asiel ongegrond verklaarden.
De kern van het geschil betreft de geloofwaardigheid van het asielrelaas over familieproblemen als gevolg van een gemengd huwelijk. De minister stelde dat tegenstrijdigheden in verklaringen over het moment van het verzoek tot scheiding door de familie de geloofwaardigheid aantasten. De Raad van State oordeelt dat deze tegenstrijdigheden slechts op een ondergeschikt punt liggen en geen essentieel onderdeel van het asielrelaas raken.
Daarnaast stelde de minister zonder nader onderzoek dat een verklaring van clanhoofden niet authentiek zou zijn, terwijl de Raad van State dit onterecht acht. De minister had onvoldoende gemotiveerd en onderzocht om het asielrelaas als geheel ongeloofwaardig te verklaren.
De Raad van State verklaart de hoger beroepen gegrond, vernietigt de bestreden uitspraken en de besluiten van 14 september 2009, en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking en weigering van verblijfsvergunningen worden vernietigd wegens onredelijke beoordeling van het asielrelaas.