ECLI:NL:RVS:2011:BU4598
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen officiële waarschuwing woningbemiddelingsbureau
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam gaf aan [appellante], een woningbemiddelingsbureau, een officiële waarschuwing wegens overtreding van de Verordening op de woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2006. [Appellante] maakte bezwaar tegen deze waarschuwing, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de waarschuwing geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van [appellante] tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. [Appellante] stelde in hoger beroep dat de waarschuwing wel een besluit is omdat het gebaseerd is op een wettelijke bepaling en rechtsgevolgen kan hebben, zoals intrekking van de vergunning bij niet-naleving.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de waarschuwing geen directe rechtsgevolgen heeft en geen wijziging van de rechtspositie van [appellante] inhoudt. De waarschuwing is slechts een constatering van overtreding en vormt geen voorwaarde voor intrekking van de vergunning. Intrekking vereist een afzonderlijk besluit waartegen bezwaar mogelijk is.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De waarschuwing is geen besluit in de zin van de Awb, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard en het hoger beroep ongegrond is verklaard.