Uitspraak
200900801/1/R3heeft de Afdeling op de daar weergegeven gronden overwogen dat, indien de voor veehouderijen toepasselijke norm wordt overschreden, hieruit niet volgt dat ter plaatse geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarmee de zogenoemde omgekeerde werking van de ter plaatse toepasselijke geurnormen verlaten. In de uitspraak van 6 januari 2010 in zaak nr.
200807852/1/R2, heeft de Afdeling ten aanzien van de toepassing van de Wgv geoordeeld dat ook indien de voor veehouderijen toepasselijke norm niet wordt overschreden, er niet zonder meer van kan worden uitgegaan dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.
200807637/1/M2) kunnen gelet op de definitie van artikel 1 van Pro de Wgv uitsluitend gebouwen, die aan de daarin genoemde vereisten voldoen, worden aangemerkt als geurgevoelig object en kan een perceel niet als zodanig worden aangemerkt. Voorts heeft de Afdeling in die uitspraak overwogen dat de Wgv geen grondslag biedt om bij de vergunningverlening met de wens een woning te bouwen - welke woning reeds planologisch mogelijk was - als toekomstige ontwikkeling rekening te houden. Anders dan het college en de raad veronderstellen, kan het gemeentebestuur de voorziene maar nog niet gerealiseerde woningen in de deelgebieden Meander en Stromen derhalve niet betrekken bij een beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het veranderen van de veehouderij van [appellant]. Derhalve is niet uitgesloten dat een dergelijke omgevingsvergunning moet worden verleend.