ECLI:NL:RVS:2013:BZ7606
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- M.W.L. Simons-Vinckx
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging projectbesluit veehouderij wegens onvoldoende motivering geurhinder en leefklimaat
Het college van burgemeester en wethouders van Leudal nam een projectbesluit en verleende een bouwvergunning voor de bouw van drie stallen, een loods, mestopslagsilo's en een sleufsilo voor 10.224 vleesvarkens op een perceel met agrarische bestemming. Appellante betwistte dit besluit onder meer vanwege geur- en geluidhinder, verkeersveiligheid en waardevermindering van haar woning.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de verkeersveiligheid uitsluitend in het kader van economische uitvoerbaarheid heeft beoordeeld en onvoldoende aandacht heeft besteed aan geurhinder. De Afdeling stelt vast dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het leefklimaat ondanks een hoge geurbelasting als redelijk goed kan worden aangemerkt, terwijl de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij een tamelijk slecht leefklimaat voorspelt.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van het college en het vonnis van de rechtbank. De verkeersveiligheid en geluidhinder zijn volgens de Afdeling voldoende onderzocht en gemotiveerd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante. Het besluit voldoet niet aan de vereisten van een goede ruimtelijke onderbouwing en is in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het projectbesluit en de bouwvergunning worden vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent geurhinder en leefklimaat.