Uitspraak
200905722/1/R3heeft overwogen, maakt het bieden van inspraak voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geen onderdeel uit van de in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) geregelde bestemmingsplanprocedure. Zo uit de notitie "Notitie toetsingskader zendmasten" al een verplichting tot inspraak volgt, heeft het schenden van die verplichting - wat daarvan ook zij - geen gevolgen voor de rechtmatigheid van de bestemmingsplanprocedure en het bestemmingsplan. Voor zover het betoog ziet op de periode na de terinzageligging van het ontwerpbestemmingsplan, wordt overwogen dat de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) de Wro noch enig ander wettelijk voorschrift ertoe verplicht dat de raad de indieners van zienswijzen tegen het ontwerpplan moet horen, voordat hij beslist over de vaststelling van het plan. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van bijzondere omstandigheden die uit het oogpunt van zorgvuldigheid tot een dergelijke hoorplicht zouden nopen. Voorts wordt overwogen dat in aanvulling op de verplichtingen in artikel 3.8, eerste lid, van de Wro, gelezen in samenhang met de artikelen 3:43 en 3:44 van de Awb, geen wettelijke verplichting bestaat indieners van zienswijzen anderszins persoonlijk op de hoogte te houden.