ECLI:NL:RVS:2012:BW4349
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas wegens ontbreken positieve overtuigingskracht
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van asiel, welke door de minister werd afgewezen vanwege het ontbreken van positieve overtuigingskracht in het asielrelaas.
De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat de minister terecht het ontbreken van identiteitsdocumenten en andere inconsistenties in het relaas aan de vreemdeling mocht tegenwerpen.
De Afdeling benadrukt dat de bewijslast rust bij de vreemdeling om haar identiteit en nationaliteit aannemelijk te maken en dat de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas primair aan de minister toekomt, met terughoudende toetsing door de rechter.
Gezien het ontbreken van positieve overtuigingskracht en de motivering van de minister is het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en is de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van positieve overtuigingskracht in het asielrelaas.