Uitspraak
200903565/1) dat uit de ter zake van toepassing zijnde wettelijke voorschriften niet voortvloeit dat het vermoeden moet zijn geconstateerd tijdens het besturen van een motorrijtuig. De bevoegdheid tot het vorderen van een onderzoek naar de geschiktheid komt het CBR reeds toe indien aannemelijk is dat iemand in strijd met de wettelijke voorschriften onder invloed van drogerende stoffen een motorrijtuig heeft bestuurd. Zoals de Afdeling voorts eerder, onder meer in voormelde uitspraak, heeft overwogen mag in beginsel van de juistheid van tegenover beambten belast met onderzoek afgelegde verklaringen worden uitgegaan.