ECLI:NL:RBGEL:2022:4020
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs wegens alcoholgebruik
Verzoekster is op 25 april 2022 aangehouden met een ademalcoholgehalte van 1110 µg/l, ruim boven de wettelijke grens. Het CBR schorst daarop haar rijbewijs en legt haar een onderzoek naar alcoholgebruik op. Na een onderzoek door een door verzoekster zelf gekozen psychiater, dat niet aan de zorgvuldigheidseisen voldeed, besloot het CBR aanvankelijk dat verzoekster weer mocht rijden onder voorwaarde van het volgen van een educatieve maatregel. Dit besluit is later ingetrokken omdat het onderzoek onvolledig was en niet door de door het CBR aangewezen specialist was uitgevoerd.
Verzoekster betoogde dat het besluit tot intrekking onrechtmatig was en dat niet met voldoende zekerheid vaststond dat zij als bestuurder onder invloed was. De voorzieningenrechter oordeelde dat het CBR terecht het besluit had ingetrokken omdat het onderzoek onbetrouwbaar was en dat verzoekster zelf de oorzaak was van de onbruikbaarheid van het rapport. Ook was het aannemelijk dat verzoekster onder invloed had gereden gezien de omstandigheden van haar aanhouding en haar eigen verklaringen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de belangen van de verkeersveiligheid zwaarder wegen dan het belang van verzoekster bij het gebruik van haar rijbewijs, ook al is zij afhankelijk van haar rijbewijs voor haar werk. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en de schorsing van het rijbewijs blijft van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de schorsing van het rijbewijs blijft van kracht.