Uitspraak
200909931/1/H3en
200606025/1), mag een bestuursorgaan, gelet op de deskundigheid van het Bureau, in beginsel van het advies uitgaan. Dit neemt niet weg dat het bestuursorgaan zich ervan moet vergewissen, dat het advies en het daartoe ingestelde onderzoek naar de feiten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en dat de feiten de conclusies kunnen dragen. Dat is bijvoorbeeld niet het geval, indien de feiten voor de conclusies te weinig of te weinig directe aanwijzingen bieden, in verschillende richtingen wijzen, onderling tegenstrijdig zijn of niet stroken met hetgeen overigens bekend is.
200808942/1/H3), ontleent het Bureau zijn gegevens aan justitiële registraties en wordt de vermelding van strafbare feiten in die justitiële registraties na een bepaald tijdsverloop verwijderd. Na ommekomst van evenbedoeld tijdsverloop wordt een op zichzelf staand strafbaar feit derhalve niet in het onderzoek door het Bureau betrokken. Nu ten tijde in geding de veroordelingen vanaf 1998 in de registers waren vermeld, heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de burgemeester deze veroordelingen niet heeft mogen betrekken bij zijn besluitvorming. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat niet is gebleken dat bij de besluitvorming veroordelingen zijn betrokken die op dat moment niet meer in de justitiële registraties hadden mogen worden vermeld. De stelling van [appellant] dat de veroordelingen destijds bij de vergunningverlening deels al bekend waren en toen geen reden vormden de exploitatievergunning niet te verlenen, kan hem evenmin baten, nu slechts één veroordeling van vóór de datum van vergunningverlening dateert en de burgemeester voor die vergunningverlening geen advies heeft gevraagd aan het Bureau, zodat de veroordeling toentertijd niet bij de besluitvorming is betrokken.