Uitspraak
201100343/1/H2) vloeit uit het bepaalde in artikel 16, eerste lid, gelezen in samenhang met het vierde en vijfde lid, van de Awir voort dat aan de verlening van een voorschot zorgtoeslag niet het gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend, dat een met dat voorschot overeenkomende aanspraak op zorgtoeslag bestaat. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling (Kamerstukken II 2004/05, 29 764, nr. 3, blz. 48-49) kan worden afgeleid dat een verleend voorschot kan worden herzien, indien na verlening blijkt dat dit voorschot tot een hoger of lager bedrag is toegekend dan het bedrag waarop de tegemoetkoming vermoedelijk zal worden vastgesteld. [appellant] kon en mocht er dus niet op vertrouwen dat de Belastingdienst het reeds toegekende voorschot niet zou terugvorderen. Daarbij is niet van belang dat de door [appellant] elektronisch verstrekte juiste informatie bij het toekennen van het voorschot onjuist is verwerkt en zijn niet-verzekerde toeslagpartner als terecht niet-verzekerd is aangemerkt. Het stond de Belastingdienst vrij de verstrekte gegevens opnieuw te controleren en op grond van het resultaat van die controle zijn oordeel over het vermoedelijke bedrag van de aanspraak op zorgtoeslag te wijzigen. De Belastingdienst heeft het voorschot zorgtoeslag 2009 dan ook mogen herzien en het uitgekeerde voorschot mogen terugvorderen.