ECLI:NL:RVS:2013:1155
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen nieuw gebleken feiten bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 10 oktober 2011 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte bepaalde internetartikelen als nieuw gebleken feiten had aangemerkt, omdat deze niet afkomstig waren uit objectieve bronnen en de authenticiteit van het arrestatiebevel niet was vastgesteld. De vreemdeling kon de authenticiteit niet aantonen, waardoor deze stukken niet als nieuw gebleken feiten konden gelden.
Verder concludeerde de Afdeling dat de overige overgelegde documenten geen aanwijzingen bevatten dat de situatie in Sri Lanka zodanig was verslechterd dat dit tot een nieuwe toetsing van het besluit zou moeten leiden. Er was geen sprake van relevante wijziging van het recht of omstandigheden die het eerdere besluit konden aantasten.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.