ECLI:NL:RVS:2013:1605
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en bevestiging vernietiging inreisverbod
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 8 februari 2012 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en vaardigde een inreisverbod uit. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde zowel de afwijzing van de verblijfsvergunning als het inreisverbod.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte het besluit over de verblijfsvergunning toetste, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een hernieuwde toetsing rechtvaardigden. De rapporten waarop de vreemdeling zich baseerde, werden niet als nieuw beschouwd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak dat de afwijzing van de verblijfsvergunning betrof en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het beroep tegen het inreisverbod werd bevestigd en het inreisverbod vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €472,00.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het inreisverbod gegrond is verklaard en het inreisverbod wordt vernietigd.