ECLI:NL:RVS:2026:564
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
Betrokkene, een Poolse gemeenschapsonderdaan, kreeg op 14 juli 2022 het verblijfsrecht in Nederland ontzegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen een afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsdocument, maar deze bezwaren werden door de minister niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege persoonlijke omstandigheden van betrokkene, zoals gebrek aan juridische ervaring, gezondheidsklachten en stress door beëindiging van bijstandsuitkering. De minister stelde hoger beroep in tegen dit oordeel, terwijl betrokkene incidenteel hoger beroep instelde tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar tegen het tweede besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de termijnoverschrijding verschoonbaar heeft geacht voor het besluit van 14 juli 2022, omdat de aangevoerde omstandigheden niet voldoen aan de criteria voor verschoonbaarheid. Voor het bezwaar tegen het besluit van 16 december 2022 acht de Afdeling de termijnoverschrijding wel verschoonbaar, gelet op een getuigenverklaring die aannemelijk maakt dat het bezwaar tijdig is ingediend.
De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar tegen het besluit van 14 juli 2022 ontvankelijk verklaarde en verklaart dat bezwaar ongegrond. Het besluit over het bezwaar tegen het besluit van 16 december 2022 blijft in stand, met de verplichting aan de minister om een nieuw besluit te nemen. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank over het bezwaar tegen het besluit van 14 juli 2022 en verklaart het bezwaar ongegrond, terwijl het bezwaar tegen het besluit van 16 december 2022 ontvankelijk blijft en een nieuw besluit moet worden genomen.