ECLI:NL:RVS:2013:1527
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De minister heeft op 10 juli 2012 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 10 juli 2012 heeft getoetst alsof het een eerste afwijzing betrof, terwijl het besluit van gelijke strekking was als eerdere afwijzingen uit 2009 en 2010. Er waren geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigden.
De Afdeling stelde vast dat de door de vreemdeling aangevoerde verslechtering van de veiligheidssituatie in Afghanistan, het risico als Hazara en de verwestersing geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden die het eerdere besluit konden aantasten. Ook was het beroep tegen het inreisverbod ongegrond omdat de verwestersing daarbij niet relevant was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.