ECLI:NL:RVS:2013:2079
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen verblijfsvergunningbesluit ondanks termijnoverschrijding
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 8 maart 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris niet-ontvankelijk was wegens te late indiening, maar dat de rechtsmiddelenclausule in de uitspraak van de rechtbank een langere termijn van vier weken vermeldde, waardoor het beroep alsnog ontvankelijk was.
De kern van het geschil betrof de vraag of de overschrijding van de wettelijke beslistermijn van zes maanden op grond van artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tot vernietiging van het besluit moest leiden. De Afdeling overwoog dat het Nederlandse recht geen vernietiging van het besluit verbindt aan deze termijnoverschrijding en dat de vreemdeling de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen niet tijdig beslissen niet had benut.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover deze naliet de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten en bepaalde dat deze rechtsgevolgen volledig in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €472,00.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijven ondanks de termijnoverschrijding volledig in stand.