ECLI:NL:RVS:2013:2090
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten
De minister heeft op 10 augustus 2012 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat toetsing van een besluit van gelijke strekking aan een eerder afwijzend besluit alleen mogelijk is indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd die relevant zijn voor de beoordeling.
De vreemdeling had als nieuw feit aangevoerd dat hij als Hazara niet kon terugkeren naar Afghanistan, maar dit asielmotief was niet in de eerdere procedure aangevoerd en kon dus niet als nieuw worden beschouwd. Ook de overgelegde documenten over de veiligheidssituatie in Afghanistan waren niet nieuw en boden geen grond voor een ander oordeel.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.