ECLI:NL:RVS:2013:2107
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Vaststelling planschadevergoeding en ontvankelijkheid bezwaren bij bouwvergunning en vrijstelling
Het geschil betreft een vergoeding voor planschade toegekend door het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk aan een belanghebbende naar aanleiding van een vrijstelling en bouwvergunning voor woningbouw. De appellanten, waaronder de aanvrager van de bouwvergunning en twee andere partijen, stelden bezwaar en beroep in tegen de hoogte en ontvankelijkheid van de vergoeding.
De rechtbank had het bezwaar van de twee niet-aanvragers ontvankelijk verklaard en het besluit van het college vernietigd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat alleen de aanvrager van de bouwvergunning als belanghebbende kan worden aangemerkt bij het besluit over planschadevergoeding, omdat de vrijstelling en vergunning uitsluitend aan haar zijn verleend. Hierdoor waren de bezwaren van de andere appellanten niet ontvankelijk.
Daarnaast werd betoogd dat bij de planvergelijking ook planologisch voordeel van de belanghebbende moest worden betrokken, omdat een seksinrichting op het terrein was gesloten. Dit verweer faalt omdat bij de planvergelijking uitsluitend objectieve planologische regimes worden vergeleken, niet de feitelijke situatie of subjectieve elementen.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de twee niet-aanvragers gegrond en dat van de aanvrager ongegrond, vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar van de twee ontvankelijk en gegrond verklaarde en laat het besluit van het college van 29 november 2011 in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van twee appellanten wordt gegrond verklaard en dat van de aanvrager ongegrond, waardoor het besluit van het college van 29 november 2011 in stand blijft.