ECLI:NL:RVS:2019:495
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vergoeding van planschade door planologische wijzigingen in Sint-Oedenrode
Het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode (later Meierijstad) wees verzoeken om tegemoetkoming in planschade af na planologische besluiten die de uitbreiding van een mestverwerkingsinstallatie mogelijk maakten. De rechtbank verklaarde de beroepen van de aanvragers gegrond en vernietigde de besluiten, waarna het college opnieuw besliste en deels tegemoetkomingen toekende.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van een van de aanvragers en het incidenteel hoger beroep van een andere. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat het college zich onjuist op de adviezen van Anteagroup had gebaseerd, met name omtrent de geurhinder. De taxaties van de schadebedragen door Thorbecke waren op enkele punten onjuist, met name door een foutieve correctie op windrichting bij geurhinder, waardoor de toegekende bedragen voor planschade aan twee aanvragers werden verlaagd.
De Afdeling bevestigde de vernietiging van de besluiten van 7 juli 2015 en verklaarde het hoger beroep van een aanvrager gegrond en dat van een andere ongegrond. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van planschade aan twee aanvragers, met wettelijke rente, en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellant die hoger beroep had ingesteld. Het beroep tegen het besluit betreffende de derde aanvrager werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het college moet aan twee aanvragers een verlaagde planschadevergoeding betalen en het hoger beroep van een derde is niet-ontvankelijk verklaard.