ECLI:NL:RVS:2013:2242
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming planschade na legalisatie uitbreiding pand in Maasbracht
De appellant heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in planschade omdat door een besluit van het college van burgemeester en wethouders een uitbreiding van een pand werd gelegaliseerd, waardoor volgens hem de waarde van zijn woning was verminderd.
Het college wees de aanvraag af na advies van een deskundige die concludeerde dat de bebouwingsmogelijkheden niet wezenlijk waren toegenomen en er geen planologisch nadeel was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde een deskundige aan die eveneens concludeerde dat de appellant niet in een nadeliger positie was gekomen.
De appellant voerde aan dat verkoop van een deel van het perceel aan een naburig woonhuis onwaarschijnlijk was en dat de planvoorschriften bebouwing op dat deel niet toestonden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat bij de planvergelijking niet de feitelijke situatie maar de maximale planologische mogelijkheden van belang zijn en dat de appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verkoop en bebouwing onmogelijk waren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.