ECLI:NL:RVS:2013:2257
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden huishoudelijk afval afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 3 augustus 2012 schriftelijk bevestigd dat op 2 juli 2012 spoedeisende bestuursdwang is toegepast tegen appellant vanwege het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op een niet toegestane dag volgens de Afvalstoffenverordening 2010 en het Uitvoeringsbesluit van Den Haag. De kosten van deze bestuursdwang, €119, werden aan appellant opgelegd.
Appellant voerde aan dat de afvalzak op een privéparkeerterrein was aangetroffen en dat hij niet de overtreder was omdat de acceptgiro in de zak een andere naam droeg en hij niet op het adres van de afvalzak woonde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet de overtreder was en dat de afvalzak herleidbaar was tot appellant.
Verder stelde appellant dat de kosten van bestuursdwang niet mochten worden verhaald omdat er geen spoedeisend belang was, aangezien niet was vastgesteld dat de afvalzak ongedierte had aangetrokken. De Afdeling stelde dat het college terecht had geoordeeld dat een spoedeisend belang aanwezig was vanwege de mogelijke overlast en vervuiling door verkeerd aangeboden afval.
De overige bezwaarschriften van appellant werden eveneens verworpen. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang en kostenverhaal wordt ongegrond verklaard.