ECLI:NL:RVS:2013:2445
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing gronden gemeente Leiden onder Wet voorkeursrecht gemeenten
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden stelde voor om bepaalde gronden voorlopig aan te wijzen onder de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). De gemeenteraad besloot hiertoe en handhaafde deze aanwijzing na bezwaar van EKA Vastgoed B.V. De rechtbank verklaarde het beroep van EKA Vastgoed B.V. ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
EKA Vastgoed B.V. voerde aan dat het niet aannemelijk was dat het toegedachte gebruik van de gronden afweek van het huidige gebruik en dat de rechtbank ten onrechte rekening hield met onzekerheid over de realisatie van de ontwikkelingen. De Afdeling oordeelde dat een intensiever gebruik dan het huidige al voldoende is voor een afwijkend gebruik en dat het planologische kader en de motivering van de raad voldoende waren. Ook werd geoordeeld dat het feit dat de ontwikkelingen pas over tien jaar worden gerealiseerd, het vestigen van het voorkeursrecht niet in de weg staat.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van EKA Vastgoed B.V. wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.