ECLI:NL:RVS:2022:1301
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.M.L. Niederer
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing aanvraag verklaring omtrent het gedrag voor wegvervoerondernemer goederenvervoer
Appellant heeft een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aangevraagd voor de functie van wegvervoerondernemer goederenvervoer, maar de minister heeft deze aanvraag afgewezen vanwege justitiële gegevens in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS). De minister pastte de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018 toe, waarbij het objectieve criterium beoordeelt of herhaalde justitiële feiten een belemmering vormen voor de functie, en het subjectieve criterium of omstandigheden toch afgifte rechtvaardigen.
De minister baseerde de afwijzing op een veroordeling van appellant tot 2 jaar gevangenisstraf (waarvan 1 jaar voorwaardelijk) wegens valsheid in geschrift en overtreding van de Meststoffenwet, en een eerdere boete voor het rijden met een te brede lading. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat de minister de aanvraag onterecht inhoudelijk behandelde, dat het gelijkheids- en rechtszekerheidsbeginsel waren geschonden, en dat het objectieve en subjectieve criterium onjuist waren toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister terecht uitging van de gegevens in het JDS, dat het objectieve criterium was voldaan omdat de feiten, indien herhaald, een behoorlijke uitoefening van de functie belemmeren, en dat het subjectieve criterium niet tot afgifte leidde gezien de zwaarte van de veroordeling en het risico op recidive. Het betoog dat alleen een eigenaar of vervoersmanager een VOG NP kan aanvragen werd verworpen. Ook het beroep op het gelijkheids- en rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat er sprake was van nieuwe feiten sinds de eerdere VOG-afgifte. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag en verklaart het hoger beroep ongegrond.