ECLI:NL:RVS:2013:371
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens niet tijdige betaling eigen bijdrage
De Belastingdienst heeft appellant medegedeeld dat hij over de periode van oktober 2008 tot en met januari 2009 geen recht heeft op kinderopvangtoeslag en heeft de voorschotten over 2008 en 2009 herzien. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat door de Belastingdienst ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen sommige besluiten niet-ontvankelijk en tegen andere ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat betaling van de eigen bijdrage achteraf ook als betaling moet worden beschouwd en dat hij de kosten aan de gastouder verschuldigd was. Hij overhandigde bewijsstukken zoals rekeningafschriften en een verklaring van de gastouder dat de eigen bijdrage contant was ontvangen.
De Raad van State volgt appellant niet en oordeelt dat de regeling vereist dat de verschuldigde kosten daadwerkelijk ten tijde van de opvang of kort daarna worden betaald. Betaling in 2013 voor de jaren 2008 en 2009 is te laat om aan die jaren te worden toegerekend. Daarom bevestigt de Raad van State het oordeel van de rechtbank dat de voorschotten op nihil mogen worden vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Belastingdienst wordt bevestigd dat appellant geen recht heeft op kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 wegens niet tijdige betaling van de eigen bijdrage.