ECLI:NL:RVS:2013:651
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gezinsband en weigering machtiging voorlopig verblijf op grond van Vreemdelingenwet 2000
De minister van Buitenlandse Zaken heeft bij besluiten van 28 februari 2011 aanvragen van vreemdelingen en een vijfde vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verkrijgen afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdelingen en de vijfde vreemdeling feitelijk tot het gezin van de referent behoorden, die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bezit. De Raad van State overwoog dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij feitelijk tot het gezin van de referent behoorden, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van plausibele toelichtingen. Ook was het huwelijk tussen vreemdeling 1 en de referent niet voldoende vastgesteld.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht geen DNA-onderzoek hoefde aan te bieden en dat het horen van de referent in bezwaar niet noodzakelijk was. Daarnaast werd geoordeeld dat de Gezinsherenigingsrichtlijn niet van toepassing was omdat de referent een verblijfsvergunning asiel bezit. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.