ECLI:NL:RVS:2013:811
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D. Krokké
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding planschade na wijziging bestemmingsplan in Westergeest
Appellante, eigenaar van een perceel in Westergeest, verzocht om vergoeding van planschade nadat het bestemmingsplan was gewijzigd van agrarische doeleinden naar een combinatie van woon-, tuin- en agrarische doeleinden. Het college wees dit verzoek af, gesteund op een advies dat de wijziging tot waardevermeerdering leidde en dat eventuele schade voorzienbaar was en niet gecompenseerd hoefde te worden.
De rechtbank liet de vraag of appellante daadwerkelijk schade had geleden in het midden, maar oordeelde dat het risico van beperking van bouw- en gebruiksmogelijkheden door de planwijziging voor rekening van appellante moest blijven omdat zij deze wijziging passief had aanvaard. Dit oordeel werd gebaseerd op het feit dat de wijziging voorzienbaar was vanaf de terinzagelegging van het voorontwerp bestemmingsplan in 2002 en dat appellante geen concrete pogingen had gedaan om de oude bouwmogelijkheden te benutten.
Appellante betwistte dit oordeel, maar de Raad van State bevestigde dat voorzienbaarheid en passieve risicoaanvaarding aan de orde waren. Tevens werd benadrukt dat de pogingen van appellante niet gericht waren op het realiseren van de bouwmogelijkheden uit het oude plan maar op plannen binnen het nieuwe bestemmingsplan, wat niet relevant was voor de schadevergoeding.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van planschade afgewezen.