Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.a
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.
[derde partij 1]en
[derde partij 2], de buren. (gemachtigde: mr. P.J. Gijsbertsen)
Inleiding
Deze procedure
het primaire besluit)heeft het college dit handhavingsverzoek afgewezen. Eiser heeft bezwaar gemaakt.
het bestreden besluit)heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn handhavingsverzoek in stand gelaten. Het beroep tegen het niet (tijdig) nemen van een besluit, heeft van rechtswege ook betrekking op dit besluit.
Overwegingen
de wijze vanherstel door de gemeente, omdat de herstelwerkzaamheden verder zijn gegaan dan nodig was om de overtreding te beëindigen. Er is geen sprake van herstel in de oude (rechtmatige) toestand. De mandelige keldermuur is opnieuw opgebouwd, maar ten nadele van eisers kelder verdikt. Daarnaast is er in eisers werfkelder een fundering gestort die eerder niet aanwezig was en is er een staalconstructie aangebracht aan de mandelige keldermuur. Hiermee is sprake van het realiseren van een geheel nieuwe situatie; er is een nieuw bouwwerk gebouwd. Overigens zijn er volgens eiser ook nog andere (aanvullende) werkzaamheden verricht, die de last onder bestuursdwang niet voorschrijft. Om deze redenen was er een omgevingsvergunning vereist. Eiser verwijst hiervoor naar een uitgebreid advies van mr. [B] dat zijn standpunt onderbouwt.
het gevolgvan de overmaat aan spatkrachten vanuit de naastgelegen werfkelder van derde-partij. Dit blijkt uit het rapport van prof. Ir. [C] van 23 juli 2019. Derde-partij is volgens eiser op grond van artikel 2.6 van het Bouwbesluit verplicht om die spatkrachten zelfstandig op te vangen middels een eigen constructieve voorziening. Het aanbrengen van die voorziening in de vorm van een staalconstructie in eisers werfkelder, terwijl de instabiliteit van beide panden wordt veroorzaakt door de overtreding van derde-partij is onrechtmatig.
inhouden
grondslagvan de last onder bestuursdwang van belang, waarbij zij benadrukt dat de last zelf in deze procedure niet ter beoordeling voorligt. [6] De last onder bestuursdwang houdt in dat zowel de muur van de achtergevel van eisers werfkelder alsook de mandelige keldermuur permanent moeten worden hersteld. De muur van de achtergevel moet in originele staat worden teruggebracht, maar over de mandelige keldermuur bepaalt de last alleen dat het herstellen daarvan zodanig dient te gebeuren dat daarmee de stabiliteit van het pand voor de toekomst is gewaarborgd. Hiertoe kunnen de voorschriften en tekeningen van de aan eiser verleende omgevingsvergunning worden aangehouden. De rechtbank concludeert dat de last voor zover die ziet op het herstellen van de mandelige keldermuur dus ruim is geformuleerd. De last schrijft niet voor op welke wijze de mandelige keldermuur moet worden hersteld, als de stabiliteit van het pand voor de toekomst maar is gewaarborgd. Door het college is toegelicht dat de last door de gemeente grotendeels overeenkomstig de daarin aangehaalde omgevingsvergunning is uitgevoerd. Verder geldt dat de overtreding door eiser van artikel 2.6 van het Bouwbesluit aan de last ten grondslag is gelegd. Dat betekent dat de mandelige keldermuur zó moet worden hersteld dat er niet langer sprake is van strijd met artikel 2.6 van het Bouwbesluit. Eiser heeft niet betwist dat de herstelwerkzaamheden die de gemeente heeft verricht ervoor hebben gezorgd dat zijn pand gedurende de restlevensduur voldoende bestand is tegen de daarop werkende krachten, zodat daarmee de overtreding van artikel 2.6 van het Bouwbesluit is beëindigd. Dat er andere (aanvullende) werkzaamheden zouden zijn verricht dan de last voorschrijft, ziet de rechtbank gelet op de inhoud en de grondslag van de last, niet.
Beslissing
- verklaart het beroep van eiser ongegrond;
- veroordeelt het college tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser van € 1.500,.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2024.