ECLI:NL:RVS:2013:BZ4914
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- T.G. Drupsteen
- E.T. de Jong
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorwaarde bij overbrenging afvalstoffen door North Refinery
Op 3 januari 2013 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu geen bezwaar gemaakt tegen het voornemen van een Duitse rechtspersoon om afvalstoffen naar Nederland over te brengen, onder de voorwaarde dat de verwerkte basisolie niet als brandstof op de markt wordt gebracht.
North Refinery en de Duitse verzoekster maakten bezwaar tegen deze voorwaarde en verzochten om een voorlopige voorziening. Zij stelden dat de minister de termijnen uit de Europese Verordening 1013/2006 had overschreden en dat de voorwaarde niet aan de toestemming verbonden mocht worden omdat de kennisgeving alleen betrekking heeft op nuttige toepassing van afvalstoffen.
De voorzitter oordeelde dat de minister binnen de wettelijke termijnen vragen had gesteld en dat er geen aanleiding was het besluit te schorsen vanwege termijnoverschrijding. Wel was er twijfel over de rechtmatigheid van de voorwaarde dat de basisolie niet als brandstof mocht worden afgezet, omdat dit mogelijk buiten de reikwijdte van de kennisgevingsprocedure valt.
Daarom werd de voorwaarde geschorst bij voorlopige voorziening en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 12 maart 2013 door voorzitter Drupsteen en ambtenaar van staat De Jong.
Uitkomst: De voorwaarde dat basisolie niet als brandstof mag worden afgezet is geschorst en de minister is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.