ECLI:NL:RVS:2013:BZ7716
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende bijzondere persoonlijke noodsituatie
Bij besluit van 12 januari 2012 wees het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aanvraag van appellant om een urgentieverklaring af. Appellant had deze urgentie aangevraagd vanwege de medische klachten van haar dochter, die ADHD heeft en slaapproblemen ondervindt door gehorigheid in de huidige woning. Het college stelde dat de situatie niet voldeed aan de strikte voorwaarden voor urgentie, mede vanwege het grote tekort aan sociale huurwoningen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de klachten van de dochter, hoewel ernstig, geen bijzondere persoonlijke noodsituatie vormen die een verhuizing binnen zes maanden noodzakelijk maakt zoals vereist in de Huisvestingsverordening. Het college hoefde daarom geen medisch advies in te winnen. Ook was het beleid van het college om de hardheidsclausule alleen toe te passen in zeer uitzonderlijke gevallen, zoals levensbedreigende situaties, niet onredelijk.
De Afdeling concludeerde dat het college in redelijkheid van toepassing van de hardheidsclausule kon afzien en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.