ECLI:NL:RVS:2013:BZ7772
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door matiging van sanctie
De zaak betreft een hoger beroep van [appellante] tegen een boete van €16.000 opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Breda had het beroep van [appellante] ongegrond verklaard, maar de Raad van State oordeelt anders. Uit het boeterapport blijkt dat twee vreemdelingen werkzaamheden verrichtten zonder vergunning, maar dat zij rechtmatig in Nederland verbleven, niet meer dan tien uur per week werkten, het wettelijk minimumloon ontvingen en dat belasting en premies zijn afgedragen.
De Raad van State stelt dat de minister bij het opleggen van boetes rekening moet houden met de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid. Gezien de omstandigheden, waaronder het vertrouwen op een accountant en het ontbreken van opzet, is de opgelegde boete niet evenredig. Daarom wordt de boete gematigd tot €8.000. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan [appellante] vergoed.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd van €16.000 naar €8.000 en het hoger beroep van [appellante] wordt gegrond verklaard.