ECLI:NL:RVS:2019:3323
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A. Kuijer
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellant een boete van €14.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De overtreding betrof het laten verrichten van werkzaamheden door drie Thaise vreemdelingen zonder dat daarvoor tewerkstellingsvergunningen waren afgegeven.
De staatssecretaris matigde de boete deels vanwege de status van de vreemdelingen als studenten en omdat zij voldeden aan sociale en fiscale verplichtingen. Appellant stelde dat de boete verder gematigd moest worden vanwege de onmogelijkheid om tijdig een tewerkstellingsvergunning aan te vragen, het ontbreken van opzet en eerdere naleving van de Wav.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant haar verantwoordelijkheid had om te controleren op vergunningen en dat de matiging door de staatssecretaris passend was. De omstandigheden boden geen grond voor verdere matiging. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boeteoplegging en wijst het hoger beroep af.