ECLI:NL:RVS:2013:BZ8709
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens asielverzoek
De vreemdeling werd op 28 december 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tijdens het proces-verbaal van gehoor gaf hij aan niet terug te kunnen keren naar Jamaica vanwege zijn seksuele geaardheid en het risico op doodslag. Dit werd door de Raad van State opgevat als een asielverzoek, waardoor de vreemdeling als asielzoeker werd beschouwd met rechtmatig verblijf.
De rechtbank had geoordeeld dat de bewaring niet onrechtmatig was omdat een belangenafweging tijdig zou zijn gemaakt. De Raad van State stelde echter vast dat de belangenafweging voorafgaand aan de inbewaringstelling ontbrak, waardoor de bewaring onrechtmatig was vanaf het begin.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende een vergoeding toe voor de periode van bewaring. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring was onrechtmatig vanaf het begin en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard met toekenning van vergoeding.